ECLI:NL:CRVB:2006:AV1055
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding medische kosten operatie in Turkije wegens ontbreken spoedeisendheid
Appellante heeft vergoeding gevorderd voor kosten van een operatie in oktober 2001 in Turkije wegens cystocele en urine-incontinentie. Gedaagde, een zorgverzekeraar, wees de aanvraag af omdat de behandeling niet spoedeisend was. Het College voor Zorgverzekeringen adviseerde eveneens afwijzing.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overweegt dat uit medische verklaringen niet blijkt dat onmiddellijke geneeskundige behandeling noodzakelijk was, zoals vereist in artikel 13 van Pro het Verdrag tussen Nederland en Turkije.
Appellante heeft geen aanvullend bewijs geleverd waaruit spoedeisendheid blijkt. Daarom is het beroep ongegrond en wordt de afwijzing van de vergoeding gehandhaafd. Een proceskostenvergoeding wordt niet toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van vergoeding wegens ontbreken spoedeisende hulp bevestigd.