ECLI:NL:CRVB:2006:AV1061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding beroepstermijn bij afwijzing plaatsing en bevordering ambtenaar
Appellant, werkzaam bij het politiekorps sinds 1987, werd per 1 april 1995 bovenformatief geplaatst in een functie met schaal 7. Zijn verzoek tot plaatsing binnen de formatie en bevordering naar schaal 8 werd bij besluit van 9 december 2002 afgewezen en dit besluit werd bij bestreden besluit van 14 oktober 2003 gehandhaafd na bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn van zes weken zoals bedoeld in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Appellant voerde in hoger beroep aan dat de beroepstermijn pas aanving bij ontvangst van het besluit op 18 oktober 2003, terwijl de Raad oordeelde dat de termijn start op de dag na verzending, hier 16 oktober 2003.
De Raad overwoog dat de memorie van toelichting bij artikel 6:8 Awb Pro duidelijk maakt dat de termijn aanvangt met de dag na verzending, ongeacht de latere ontvangst. Appellant stelde geen feiten die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en wees een vergoeding van proceskosten af.
De uitspraak werd op 26 januari 2006 door de Centrale Raad van Beroep in het openbaar uitgesproken en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.
Uitkomst: Het beroep van appellant is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn die aanving op de dag na verzending van het besluit.