ECLI:NL:CRVB:2006:AV1068
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tijdelijke opdracht andere werkzaamheden wegens onvoldoende functioneren leidinggevende
Appellant is sinds 1 februari 2000 werkzaam als leidinggevende binnen de sector van de gemeente Haarlem. Na een aanvankelijk voldoende beoordeling in 2000, kwam uit latere evaluaties een negatief beeld naar voren over zijn functioneren, met name op het gebied van sociale vaardigheden, aansturing van medewerkers en kennis van politieke verhoudingen.
Op grond hiervan heeft het College van burgemeester en wethouders van Haarlem besloten appellant tijdelijk andere werkzaamheden op te dragen, een ordemaatregel op basis van artikel 14:1:10 van Pro het Ambtenarenreglement 1995. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde onder meer aan dat de negatieve beoordeling onvoldoende was onderbouwd en dat het coachingstraject voortijdig was beëindigd.
De Raad overwoog dat het belang van de dienst, mede door een reorganisatie binnen de sector, een goede leidinggevende aansturing vereiste. Uit meerdere gesprekken en beoordelingen bleek dat appellant niet aan deze eisen voldeed. Er waren geen aanwijzingen voor vooringenomenheid en het coachingstraject leverde geen verbetering op.
De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat het College in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Haarlem. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De tijdelijke opdracht tot andere werkzaamheden wegens onvoldoende functioneren wordt bevestigd.