ECLI:NL:CRVB:2006:AV1069
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- A.B.J. van der Ham
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Geen terugwerkende kracht bijzondere bijstand woonkostentoeslag
Appellant ontving een uitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) en huursubsidie volgens de Huursubsidiewet (Hsw). Na een verlaging van de huursubsidie vroeg appellant bijzondere bijstand aan in de vorm van een woonkostentoeslag met terugwerkende kracht over de periode van 1 juli 2002 tot 1 juli 2003. Deze aanvraag werd afgewezen omdat er een passende voorliggende voorziening was en bijstand in beginsel niet met terugwerkende kracht wordt verleend.
De rechtbank verklaarde het bezwaar deels gegrond en wees de aanvraag voor de periode vanaf 3 april 2003 toe, maar wees de terugwerkende periode af. De Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak omdat de rechtbank een niet aan het besluit ten grondslag gelegde reden had gebruikt en oordeelde dat geen bijzondere omstandigheden waren aangetoond die terugwerkende kracht rechtvaardigen.
De Raad benadrukte dat bijstand op aanvraag wordt verleend en dat het ontbreken van een tijdige aanvraag zonder objectieve onderbouwing geen reden is voor terugwerkende bijstand. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard, maar de gemeente werd veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht werd aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en terugwerkende kracht voor bijzondere bijstand wordt geweigerd.