ECLI:NL:CRVB:2006:AV1071
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- A.B.J. van der Ham
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen gezamenlijke huishouding bij LAT-relatie in bijstandszaak
Appellanten voerden een LAT-relatie waarbij appellant een eigen woning had en appellante bijstand ontving. De gemeente Eemsmond stelde op basis van een rapport en observaties dat sprake was van een gezamenlijke huishouding, wat leidde tot intrekking van bijstand en terugvordering van kosten.
De Raad oordeelde dat de bewijslast bij het bestuursorgaan ligt en dat de waarnemingen en verklaringen onvoldoende waren om te concluderen dat appellanten hun hoofdverblijf gezamenlijk hadden. De aanwezigheid van appellant in de woning van appellante was niet vastgesteld en de verklaringen wezen op een duurzaam gescheiden leven.
Daarom vernietigde de Raad de besluiten van de gemeente, herroept de primaire besluiten en veroordeelde de gemeente tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten. De Raad benadrukte dat de wettelijke rente verschuldigd is vanaf 1 augustus 2002 over de ten onrechte niet betaalde bijstand.
Uitkomst: De besluiten tot intrekking en terugvordering van bijstand worden vernietigd wegens onvoldoende bewijs van gezamenlijke huishouding.