ECLI:NL:CRVB:2006:AV1172
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- M.I. ’t Hooft
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Geen hoger beroep tegen uitspraak voorzieningenrechter wegens appèlverbod
De opposant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, waarin zijn verzoek om een voorlopige voorziening was afgewezen. De Raad verklaarde zich echter onbevoegd vanwege het appèlverbod zoals neergelegd in artikel 8:84, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Opposant voerde aan dat de motivering van de voorzieningenrechter ondeugdelijk en onbegrijpelijk was, omdat deze onvoldoende inzicht gaf in de besluitvorming. De Raad overwoog dat de uitspraak van de voorzieningenrechter conform artikel 8:77 Awb Pro de gronden van de beslissing bevat en dat motiveringsklachten binnen dit kader niet leiden tot doorbreking van het appèlverbod.
De Raad concludeerde dat geen sprake was van evidente schending van fundamentele rechtsbeginselen die een eerlijk proces in gevaar zouden brengen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter wordt ongegrond verklaard vanwege het appèlverbod.