ECLI:NL:CRVB:2006:AV1191
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor hotelverblijf wegens ontbreken goedkoopste adequate oplossing
Appellante verzocht bijzondere bijstand voor verblijfskosten in een hotel na het acuut verlaten van haar woning wegens een onhoudbare woonsituatie. De aanvraag werd door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage afgewezen omdat de kosten niet noodzakelijk werden geacht, omdat geen gebruik was gemaakt van de goedkoopste adequate voorziening.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat zij geen goedkopere alternatieven kon vinden en dat het verblijf in het hotel noodzakelijk was. De Raad oordeelde echter dat appellante niet voldoende had onderbouwd dat het hotel de goedkoopste adequate oplossing was en dat zij zonder overleg met gedaagde een financieel risico had genomen door het hotelverblijf vooraf te starten.
Hoewel begrip bestond voor de persoonlijke omstandigheden, was er geen bewijs dat appellante of haar zoon niet eerder contact hadden kunnen opnemen met gedaagde om alternatieven te bespreken. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor hotelkosten wordt bevestigd.