ECLI:NL:CRVB:2006:AV1331

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 januari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/2354 AWBZ + 04/2355 AWBZ
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Th.G.M. Simons
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)Algemene Ouderdomswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging hoge eigen bijdrage AWBZ bij ongehuwde status

Appellante, opgenomen in een verpleeghuis, maakte bezwaar tegen de hoge eigen bijdrage die door de zorgverzekeraar werd opgelegd op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). De rechtbank Almelo had dit bezwaar ongegrond verklaard, waarbij werd geoordeeld dat appellante en haar echtgenoot voor de toepassing van de AWBZ als ongehuwd moesten worden aangemerkt vanwege hun aanvraag om een pensioen voor ongehuwden.

In hoger beroep heeft appellante betoogd dat deze aanname onterecht was. De Centrale Raad van Beroep heeft dit betoog echter verworpen, mede verwijzend naar een eerdere uitspraak van 7 juli 2004, waarin dezelfde juridische overwegingen zijn bevestigd. De Raad concludeert dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld en bevestigt de opgelegde hoge eigen bijdrage.

Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 17 januari 2006.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de hoge eigen bijdrage terecht is opgelegd omdat appellante als ongehuwd wordt aangemerkt.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/2354 AWBZ + 04/2355 AWBZ
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,
en
de onderlinge waarborgmaatschappij Zilveren Kruis Ziekenfonds U.A., gevestigd te Rotterdam, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Namens appellante heeft haar echtgenoot [naam echtgenoot] hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 25 maart 2004, reg.nrs. 03/663 AWBZ en 03/845 AWBZ. Bij de aangevallen heeft de rechtbank, voor zover in hoger beroep van belang, het beroep van appellante tegen het besluit op bezwaar van gedaagde van 8 september 2003 ongegrond verklaard.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van 29 november 2005. Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam echtgenoot] en door haar zoon [naam zoon]. Gedaagde heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.B. Gschwind, werkzaam bij gedaagde.
II. MOTIVERING
Appellante is opgenomen in een verpleeghuis, een inrichting in de zin van het bepaalde bij en krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak geoordeeld dat gedaagde aan appellante terecht de zogenoemde hoge eigen bijdrage ingevolge het bepaalde bij en krachtens de AWBZ heeft opgelegd en zich daarbij terecht op het standpunt gesteld dat appellante en haar echtgenoot met hun aanvraag om een pensioen voor ongehuwden ingevolge de Algemene Ouderdomswet te kennen hebben gegeven feitelijk als ongehuwd te willen worden beschouwd, als gevolg waarvan zij ook voor de toepassing van het bepaalde bij en krachtens de AWBZ als ongehuwd moeten worden aangemerkt.
Appellante heeft in hoger beroep, evenals in eerste aanleg, betoogd dat zij en haar echtgenoot ten onrechte ook voor de toepassing van het bepaalde bij en krachtens de AWBZ als ongehuwd zijn aangemerkt.
Met verwijzing naar zijn uitspraak van 7 juli 2004 (LJN: AP9661, gepubliceerd in USZ 2004, nr. 296) - op welke uitspraak de Raad [naam echtgenoot] en [naam zoon] ter zitting heeft gewezen - stelt de Raad vast dat het betoog van appellante niet slaagt.
Dit betekent dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, moet worden bevestigd.
Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.
Aldus gewezen door mr. drs. Th.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van L. Jörg als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 17 januari 2006.
(get.) Th.G.M. Simons.
(get.) L. Jörg.