ECLI:NL:CRVB:2004:AP9661
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- Th.G.M. Simons
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Beoordeling eigen bijdrage AWBZ bij opname partner en toekenning AOW-pensioen ongehuwd
In deze zaak stonden meerdere hoger beroepen centraal betreffende de vaststelling van de eigen bijdrage in het kader van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Belanghebbenden waren opgenomen in een AWBZ-instelling, waarna de andere echtgenoot de huishouding zelfstandig voortzette. De zorgkantoren stelden aanvankelijk de lage eigen bijdrage vast, maar legden later met terugwerkende kracht de hoge eigen bijdrage op nadat de Sociale Verzekeringsbank (SVB) een AOW-pensioen voor ongehuwden aan belanghebbenden had toegekend.
Belanghebbenden voerden aan dat zij niet als ongehuwd in de zin van het Bijdragebesluit zorg moesten worden beschouwd. De rechtbanken Almelo en Utrecht verklaarden de beroepen ongegrond, terwijl de rechtbank Roermond het beroep van één belanghebbende gegrond verklaarde. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de toekenning van een AOW-pensioen voor ongehuwden impliceert dat belanghebbenden feitelijk als ongehuwd worden beschouwd, waardoor de hoge eigen bijdrage terecht is opgelegd.
De Raad benadrukte dat het oogmerk van het Bijdragebesluit zorg is dat bij opname van één echtgenoot in een AWBZ-instelling de lage eigen bijdrage geldt, tenzij de situatie wijzigt doordat de partners feitelijk duurzaam gescheiden leven. De toekenning van het AOW-pensioen voor ongehuwden is een indicatie van die gewijzigde situatie. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank Roermond en verklaarde het beroep ongegrond, bevestigde de uitspraken van de andere rechtbanken en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de hoge eigen bijdrage terecht is opgelegd bij toekenning van een AOW-pensioen voor ongehuwden en verklaart de beroepen ongegrond.