ECLI:NL:CRVB:2006:AV1650
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks subjectieve klachten appellant
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo waarin de herziening van zijn WAO-uitkering werd bevestigd. De uitkering was per 14 januari 2002 herzien van 80% of meer arbeidsongeschiktheid naar 25-35%.
Appellant stelde dat zijn subjectieve klachten onvoldoende in aanmerking waren genomen en dat hij een werkdag van 8 uur niet meer volhoudt. De rechtbank had echter de subjectieve beleving van klachten terecht buiten beschouwing gelaten, omdat de WAO alleen objectief medisch vastgestelde beperkingen als maatstaf hanteert.
De Raad overwoog dat de medische beperkingen waarop de herziening is gebaseerd, juist en voldoende zijn vastgesteld. Het verzoek van appellant om te toetsen of de uitkering in het verleden correct was berekend, werd niet ingewilligd omdat dit niet ter beoordeling stond in het bestreden besluit.
Hoewel appellant inmiddels weer een uitkering ontvangt op basis van 80% of meer arbeidsongeschiktheid, is deze situatie op een latere datum vastgesteld en doet dit niets af aan de juistheid van het eerdere besluit. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid en wijst het hoger beroep af.