ECLI:NL:CRVB:2006:AV1955

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 februari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/1842 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • C.W.J. Schoor
  • J. Brand
  • C.P.M. van de Kerkhof
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 AwbArt. 8:73 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens intrekking herzieningsbesluit arbeidsongeschiktheid

Appellante was het niet eens met een herzieningsbesluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) dat haar arbeidsongeschiktheid met ingang van 26 januari 2002 verlaagde van 80-100% naar 15-25%. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die het besluit handhaafde, kwam het Uwv in hoger beroep met een gewijzigde beslissing waarin het oorspronkelijke standpunt werd ingetrokken en de arbeidsongeschiktheid ongewijzigd bleef.

De Raad stelde vast dat het gewijzigde besluit geheel tegemoet kwam aan het beroep van appellante, waardoor het oorspronkelijke besluit als ingetrokken kon worden beschouwd. Omdat appellante geen belang meer had bij een beoordeling van het oorspronkelijke besluit en geen verzoek tot schadevergoeding had ingediend, verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang.

Daarnaast veroordeelde de Raad het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van appellante in eerste aanleg en hoger beroep, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. Partijen waren niet verschenen bij de zitting, wat de beslissing niet beïnvloedde.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van het herzieningsbesluit en gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

04/1842 WAO
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv.
Bij besluit van 21 november 2001 heeft gedaagde de uitkering van appellante ingevolge de Wet op de arbeidsongeschikt- heidsverzekering (WAO), welke laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 26 januari 2002 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.
Het namens appellante door mr. M.M.A. van Hoof, advocaat te Amsterdam, tegen dit besluit gemaakte bezwaar heeft gedaagde bij besluit van 3 juni 2003, hierna: het bestreden besluit, ongegrond verklaard.
De rechtbank Haarlem heeft bij uitspraak van 18 februari 2004, nummer Awb 03 - 1145 WAO, het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Namens appellante is mr. Van Hoof voornoemd van die uitspraak in hoger beroep gekomen.
Bij brief van 27 december 2005 heeft gedaagde aan de Raad medegedeeld dat het bestreden besluit niet langer wordt gehandhaafd en heeft hij een afschrift van de gewijzigde beslissing op bezwaar van dezelfde datum aan de Raad gezonden, inhoudende dat gedaagde per 26 januari 2002 ongewijzigd voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt is met aanvullende bepaling betreffende vergoeding van de kosten die zijn gemaakt in verband met de behandeling van het bezwaar.
Namens appellante heeft mr. Van Hoof de Raad bericht dat gedaagde met de herziene beslissing op bezwaar tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellante.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad op 3 januari 2006, waar partijen -zoals zij tevoren ook hadden aangekondigd- niet zijn verschenen.
II. MOTIVERING
Met zijn mededeling van 27 december 2005 heeft gedaagde te kennen gegeven zijn oorspronkelijk ingenomen standpunt, zoals neergelegd in het bestreden besluit, inzake de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante met ingang van
26 januari 2002, niet langer te handhaven. Hierdoor kan dit besluit geacht worden te zijn ingetrokken.
Uit 's Raads uitspraak van 4 februari 1997, gepubliceerd in RSV 1997/297, volgt dat in zo'n geval belang bij een beoordeling van dat besluit in principe is komen te vervallen, tenzij van zo'n belang blijkt, bijvoorbeeld omdat verzocht is om het toekennen van een schadevergoeding op grond van artikel 8:73 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
In het geval van appellante is een dergelijk verzoek niet gedaan, zodat het hoger beroep wegens verlies aan belang niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
De Raad stelt voorts vast dat, zoals ook namens appellante is bericht, het besluit van gedaagde van 27 december 2005 geheel tegemoet komt aan het beroep van appellante tegen het bestreden besluit, zodat op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb dit beroep niet wordt geacht mede te zijn gericht tegen het besluit van 27 december 2005.
De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van Pro de Awb gedaagde te veroordelen in de proceskosten van appellante in beroep en in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 644,- voor verleende rechtsbijstand in eerste aanleg en op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 966,-.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellante in eerste aanleg en in hoger beroep tot een bedrag groot € 966,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellante het betaalde griffierecht van € 133,- vergoedt.
Aldus gegeven door mr. C.W.J. Schoor als voorzitter en mr. J. Brand en mr. C.P.M. van de Kerkhof als leden, in tegenwoordigheid van T.S.G. Staal als griffier en uitgesproken in het openbaar op 14 februari 2006.
(get.) C.W.J. Schoor.
(get.) T.S.G. Staal.