ECLI:NL:CRVB:2006:AV1970
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid functies en herziening WAO-uitkering na psychische klachten
Appellant, werkzaam als medewerker speelautomaten, viel in 1998 uit wegens psychische klachten en kreeg in 1999 een WAO-uitkering toegekend van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2001 werd de uitkering herzien naar 15-25% arbeidsongeschiktheid op basis van een belastbaarheidspatroon en een arbeidsdeskundig rapport.
Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening en voerde aan dat hem tijdens de hoorzitting de mogelijkheid was toegezegd nadere medische informatie in te brengen, wat niet zou zijn gebeurd. De bezwaarverzekeringsarts en de Raad concludeerden echter dat er voldoende rekening was gehouden met alle medische informatie, waaronder rapporten van behandelend psychiater, neuroloog en huisarts.
In een later besluit werd de WAO-uitkering opnieuw herzien naar 25-35% arbeidsongeschiktheid. Appellant stelde dat hij hierdoor in zijn belangen was geschaad, maar de Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de functies medisch en arbeidskundig geschikt waren. Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. Gedaagde werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de herziening van de WAO-uitkering is ongegrond verklaard.