ECLI:NL:CRVB:2006:AV1980
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid
Appellant was werkzaam als flowline medewerker en kreeg zijn arbeidsovereenkomst ontbonden wegens veranderde omstandigheden. Na aanvraag van een WW-uitkering werd deze geweigerd omdat appellant verwijtbaar werkloos werd geacht. Dit vanwege het niet tijdig doorgeven van adreswijzigingen, het voortzetten van nevenwerkzaamheden zonder toestemming ondanks een schriftelijke waarschuwing, en een incident waarbij appellant zich dreigend opstelde tegenover een collega.
De Raad overwoog dat verwijtbare werkloosheid inhoudt dat de werknemer zich zodanig gedraagt dat hij redelijkerwijs had moeten begrijpen dat dit tot ontslag zou kunnen leiden. Appellant erkende de overtredingen van de CAO-voorschriften en het incident werd bevestigd door een teamleider. De door appellant overgelegde verklaring van een andere teamleider werd niet doorslaggevend geacht.
De Raad concludeerde dat appellant het vertrouwen van de werkgever terecht had verloren en dat de weigering van de WW-uitkering terecht was. Er waren geen dringende redenen om hiervan af te wijken. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.