ECLI:NL:CRVB:2006:AV1981
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt beslissing weigering WW-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing beschikbaarheid voor werk
De zaak betreft een geschil over de weigering van een WW-uitkering aan gedaagde, die zich in september 2002 ziek meldde en vervolgens een aanvraag voor WW-uitkering wilde indienen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) weigerde de uitkering op grond dat gedaagde zich niet beschikbaar stelde voor arbeid en niet voldeed aan de wekeneis. Gedaagde stelde echter dat er sprake was van een misverstand en dat hij wel beschikbaar was voor passend werk.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit, omdat er onvoldoende duidelijkheid was over de beschikbaarheid van gedaagde voor werk. De Raad bevestigt dit oordeel en oordeelt dat appellant niet zonder een ondubbelzinnige verklaring van gedaagde over diens beschikbaarheid tot het besluit had mogen komen. De verklaring van een medewerker van het CWI en kladblok-aantekeningen zijn onvoldoende als bewijs.
De Raad benadrukt dat appellant meer zorgvuldigheid had moeten betrachten, mede vanwege de moeilijke positie van gedaagde die bezwaar maakte tegen de WAO-beslissing. Het risico van onduidelijkheid over de beschikbaarheid moet voor rekening van appellant komen. De proceskosten worden aan appellant opgelegd.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van de niet-beschikbaarheid voor werk en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.