ECLI:NL:CRVB:2006:AV2068
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Overschrijding bezwaartermijn bij AOW-pensioen niet verschoonbaar verklaard
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam, waarin hun beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van hun bezwaar tegen AOW-pensioenbesluiten werd afgewezen.
De Sociale verzekeringsbank had aan appellanten een AOW-pensioen toegekend met ingang van oktober 2001, waarbij werd bepaald dat het pensioen niet eerder kan ingaan dan een jaar voor de aanvraagdatum. Het bezwaar van appellanten werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn, zonder dat sprake was van verschoonbare omstandigheden.
Appellanten voerden aan dat zij het besluit pas medio april 2003 ontvingen en dat hun adviseur ziek was, waardoor tijdige indiening niet mogelijk was. De Raad oordeelde dat er ondanks de ontvangst in april nog voldoende tijd was om bezwaar te maken en dat de ziekte van de adviseur niet tot uitstel kon leiden omdat zij geen gemachtigde was. Bovendien dienden appellanten zelf het bezwaarschrift pas na herstel van de adviseur in, waardoor geen sprake was van verschoonbaarheid.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak dat het bezwaar niet-ontvankelijk is wegens te late indiening en dat geen uitzonderingen op de termijnoverschrijding van toepassing zijn.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de AOW-pensioenbesluiten is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.