ECLI:NL:CRVB:2006:AV2180
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens eigen toedoen geen passende arbeid behouden
De zaak betreft een betrokkene die als beveiligingsmedewerker werkte bij een beveiligingsbedrijf op basis van tijdelijke arbeidsovereenkomsten. Na een burenruzie in april 2002 werd de politie-toestemming voor het uitvoeren van beveiligingswerkzaamheden ingetrokken, wat leidde tot het niet verlengen van zijn arbeidsovereenkomst.
De betrokkene vroeg een WW-uitkering aan, die werd geweigerd omdat hij verwijtbaar werkloos zou zijn geworden door zijn gedrag. De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van verwijtbare werkloosheid omdat het dienstverband eindigde door het verstrijken van de tijd en dat betrokkene geen verwijt viel te maken dat hij geen passende arbeid had behouden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt anders en stelt dat betrokkene zich bewust had moeten zijn van de risico’s van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen voor zijn werk in de beveiligingsbranche. Door toch te werken zonder de vereiste politie-toestemming heeft hij het risico genomen dat zijn dienstverband niet zou worden verlengd. Daarom is de werkloosheid hem aan te rekenen en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WW-uitkering wordt gehandhaafd.