ECLI:NL:CRVB:2006:AV2185
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling mate van arbeidsongeschiktheid en belastbaarheid bij WAO-uitkering
Appellant, werkzaam als sloper/saneerder, meldde zich ziek wegens rechter heupklachten veroorzaakt door een aangeboren afwijking. Na medisch onderzoek en arbeidsdeskundig advies werd een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25% vastgesteld en een WAO-uitkering toegekend.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en hechtte waarde aan het deskundigenrapport van Van Heeswijk. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Raad zag geen aanleiding tot afwijking van eerdere oordelen.
De Raad oordeelde dat de gebruikte onderzoeksmethoden en de vastgestelde belastbaarheid medisch en juridisch verantwoord zijn. Ook werd benadrukt dat de beoordeling plaatsvindt op het moment van het voltooien van de wachttijd, en latere verslechteringen via een aparte procedure beoordeeld kunnen worden.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15-25%.