ECLI:NL:CRVB:2006:AV2392
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit ondanks betwisting belastbaarheid en OPS-klachten
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn arbeidsongeschiktheid per 8 december 2000 vast te stellen op 65 tot 80%. Hij stelde dat zijn beperkingen, waaronder klachten door blootstelling aan oplosmiddelen (OPS), onderschat waren en dat hij de voorgehouden functies niet kon verrichten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de klachten onvoldoende medisch waren onderbouwd en dat de arbeidsmogelijkhedenlijst correct was aangepast.
In hoger beroep werden aanvullende medische rapporten overgelegd, waaronder van een neuroloog en een arts natuurgeneeskunde, die geen aanleiding gaven tot een ander oordeel. De Raad benoemde een onafhankelijke neuroloog, die geen objectiveerbare neurologische afwijkingen vaststelde en bevestigde dat appellant geschikt was voor de voorgehouden functies.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit in rechte stand kan houden en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en de eis dat appellant niet in lawaaiige omgevingen mag werken werd meegenomen in de beperkingen. De Raad volgt in vaste rechtspraak het oordeel van de ingeschakelde onafhankelijke deskundige.
Uitkomst: De Raad bevestigt het besluit tot vaststelling van arbeidsongeschiktheid tussen 65 en 80% en verklaart het beroep ongegrond.