ECLI:NL:CRVB:2006:AV2415
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- H.J. de Mooij
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitleg begrip 'aangaan van een dienstbetrekking' in Wet REA
In deze zaak betwist het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) de uitleg van de rechtbank Haarlem over het begrip 'aangaan van een dienstbetrekking' in artikel 87b van de Wet Rea. De rechtbank had geoordeeld dat 'aangaan' gelijk staat aan het sluiten van een overeenkomst, zoals ook blijkt uit eerdere bepalingen in de Wet REA en WAO.
De appellant stelde in hoger beroep dat 'aangaan' moet worden uitgelegd als het moment waarop de dienstbetrekking daadwerkelijk aanvangt, dat wil zeggen wanneer de werknemer begint met werken. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat uit de toelichting op de wijziging van de regeling juist blijkt dat 'aangaan' en 'aanvang' van een dienstbetrekking verschillende momenten zijn, waarbij 'aangaan' de wilsovereenstemming betreft.
De Raad onderschrijft daarmee de uitleg van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Tevens bepaalt de Raad dat appellant binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen op het bezwaar van gedaagde tegen het eerdere besluit van 9 oktober 2002. De Raad veroordeelt appellant tot betaling van de proceskosten van gedaagde in hoger beroep en heft griffierecht.
Deze uitspraak verduidelijkt de betekenis van het begrip 'aangaan van een dienstbetrekking' binnen de context van de Wet Rea en bevestigt dat dit begrip gelijk is aan het sluiten van een arbeidsovereenkomst.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.