ECLI:NL:CRVB:2006:AV2473
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Loonsanctiebesluiten in strijd met de wet wegens onjuiste sanctieduur en hersteltermijn
De zaak betreft een hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die een loonsanctie tegen een werkgever vernietigde. De werkgever had een sanctie van vier maanden loondoorbetaling opgelegd gekregen wegens onvoldoende reïntegratie-inspanningen en een gebrekkig reïntegratieverslag.
De Raad oordeelt dat de wettelijke basis voor de sanctieduur, zoals neergelegd in de Beleidsregels verlenging loondoorbetaling poortwachter (Bvlp), in strijd is met artikel 71a, negende lid, van de WAO. De sanctie van minimaal vier maanden houdt geen rekening met de feitelijke herstelperiode die vaak korter is, en is daarmee onrechtmatig en niet proportioneel.
De Raad bevestigt dat de werkgever bevoegd was een sanctie op te leggen, maar dat de sanctieduur moet worden afgestemd op de aard en ernst van het verzuim en de benodigde herstelperiode. De rechtbank heeft het besluit van het UWV terecht vernietigd. Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV tot betaling van proceskosten aan de gedaagde.
Uitkomst: Het besluit tot een loondoorbetalingsverplichting van vier maanden is vernietigd wegens strijd met de WAO en het evenredigheidsbeginsel.