ECLI:NL:CRVB:2006:AV2486
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen herziening en terugvordering WW-uitkering afgewezen
Appellant had een WW-uitkering en toeslag ontvangen, maar gedaagde stelde op basis van een rapport uitkeringsfraude vast dat appellant gedurende een periode fulltime werkzaam was als kok zonder dit te melden. Hierdoor werden de uitkering en toeslag herzien en teruggevorderd.
De rechtbank had het eerdere besluit vernietigd wegens onvoldoende bewijs van de aanvangsdatum van de werkzaamheden. Gedaagde nam daarop een nieuw besluit waarin de aanvangsdatum werd vastgesteld op 21 december 1998, met een aangepaste terugvordering.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant geen belang meer heeft bij beoordeling van het eerdere besluit en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Het rapport uitkeringsfraude is zorgvuldig en de verklaringen van collega’s worden als betrouwbaar beschouwd. Appellant slaagt er niet in overtuigend tegenbewijs te leveren.
Daarmee blijft het besluit van 25 april 2005 in stand, waarbij de uitkering en toeslag zijn herzien en teruggevorderd. Er is geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het herzienings- en terugvorderingsbesluit blijft in stand.