ECLI:NL:CRVB:2006:AV2779
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van uitspraak inzake bezwaar en beroep kinderbijslag zonder nieuwe gronden
Appellant diende een aanvraag kinderbijslag in en maakte bezwaar tegen het uitblijven van een besluit. De Sociale verzekeringsbank kende de kinderbijslag toe met terugwerkende kracht en verlengde de bezwaartermijn. Verzoeken om vergoeding van wettelijke rente en proceskosten werden afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant geen nieuwe gronden aanvoerde en de beslissing op bezwaar hem was toegezonden.
Appellant herhaalde zijn grieven in hoger beroep en klaagde over onvoldoende motivering door de rechtbank. De Raad oordeelde dat de grieven geen nieuwe gezichtspunten bevatten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De Raad stelde vast dat de brief van appellant niet als een beroep ex artikel 6:2 Awb Pro kon worden aangemerkt en dat het besluit op bezwaar aan appellant was toegezonden.
De Raad wees ook het verzoek tot vergoeding van proceskosten af, omdat de gemaakte kosten niet redelijk waren en niet onder het Besluit proceskosten bestuursrecht vielen. Het bezwaar tegen het niet horen van appellant werd eveneens ongegrond verklaard, omdat nader onderzoek niet noodzakelijk was. De uitspraak bevestigt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de procedure correct is gevolgd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.