ECLI:NL:CRVB:2006:AV3057
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAZ-uitkeringen en niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding
De zaak betreft twee procedures over terugvordering van WAZ-uitkeringen aan appellant, die als zelfstandige minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht vanaf 13 februari 2001. De Raad toetste of het maatmaninkomen, gebaseerd op fiscale nettowinst van de drie voorafgaande boekjaren, correct was berekend en bevestigde dit. Appellant stelde dat een gedeeltelijke WW-uitkering in 1998 bij de berekening had moeten worden betrokken, maar dit werd verworpen omdat de fiscale nettowinst leidend is.
Daarnaast werd de hoogte van het teruggevorderde bedrag bevestigd, ondanks een klein verschil met fiscale aanslag, omdat verrekening met de fiscus niet meer mogelijk was. In het tweede geding werd het bezwaar van appellant tegen een terugvordering over 2002 niet-ontvankelijk verklaard wegens onverschoonbare termijnoverschrijding. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende tegenbewijs leverde dat het bezwaarschrift tijdig was ingediend.
De Raad verwierp ook de stelling dat het terugvorderingsbedrag over 2002 te hoog was vanwege vakantiegeld, en volgde de rechtbank in haar uitleg dat alleen het op 2002 betrekking hebbende vakantiegeld mag worden betrokken. De aangevallen uitspraken werden bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van WAZ-uitkeringen en verklaart het bezwaar wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk.