ECLI:NL:CRVB:2006:AV3062
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellante, werkzaam als schoonmaakster, werd per 5 juni 2001 minder dan 15% arbeidsongeschikt verklaard, waarna haar WAO-uitkering werd geweigerd. Zij verzocht terug te komen op dit besluit, maar kon geen nieuwe feiten of omstandigheden aanvoeren die een herziening rechtvaardigen. De gemachtigde van appellante probeerde het dossier in te zien om dergelijke nieuwe feiten te kunnen aantonen, maar kreeg geen volledige inzage.
Na een bezwaarprocedure en een eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het beroep ongegrond verklaarde, stelde appellante hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat een verzoek om terug te komen van een besluit zonder het aanvoeren van nieuwe feiten of omstandigheden (nova) zonder meer kan worden afgewezen volgens artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad bevestigde het eerdere besluit en wees het hoger beroep af. Er werden geen proceskosten toegekend. De Raad liet tevens onbesproken of de bezwaarprocedure in dit kader passend was, maar benadrukte dat het ontbreken van nova doorslaggevend was voor de afwijzing.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om terug te komen van het besluit wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.