ECLI:NL:CRVB:2006:AV3117
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij terugvordering Ziektewetuitkering
De zaak betreft een geschil over de ontvankelijkheid van een bezwaar tegen een terugvordering van een Ziektewetuitkering over de periode mei 1998. De appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, had het bezwaar van de gedaagde niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn. De rechtbank Middelburg oordeelde echter dat het bezwaar wel ontvankelijk was, omdat de appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het bezwaar niet tijdig was ontvangen, mede gezien administratieve fouten en zoekraken van dossiers.
In hoger beroep stelt de Centrale Raad van Beroep dat het risico van niet-tijdige ontvangst van het bezwaar bij de indiener ligt, vooral omdat het bezwaar niet aangetekend was verzonden. De Raad benadrukt dat de bewijslast voor tijdige indiening bij de indiener ligt en dat de fouten van de appellant in de dossierafhandeling niet leiden tot een omkering van deze bewijslast.
De Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond. Hiermee wordt bevestigd dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens termijnoverschrijding.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.