ECLI:NL:CRVB:2006:AV3386
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WAO-uitkering en zorgvuldigheid medisch onderzoek bij hernia
Gedaagde, een machinaal houtbewerker, staakte zijn werkzaamheden vanwege rugklachten en vroeg een WAO-uitkering aan. Na onderzoek door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige werd een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35% vastgesteld en een uitkering toegekend. Gedaagde maakte bezwaar en gaf aan dat een neuroloog een hernia had vastgesteld.
De rechtbank stelde dat appellant nadere informatie bij de neuroloog had moeten inwinnen, wat appellant betwistte in hoger beroep. De Raad oordeelde dat appellant niet zonder nader onderzoek tot besluitvorming kon komen en dat het ontbreken van een gerichte vraag aan de neuroloog over de invloed van de hernia op de belastbaarheid een tekortkoming was.
Desondanks concludeerde de Raad dat de hernia geen invloed had op de klachten en dat het belastbaarheidspatroon juist was opgesteld. De mate van arbeidsongeschiktheid was terecht vastgesteld. De vernietiging van het bestreden besluit bleef zonder gevolgen voor de rechtsgevolgen, en appellant werd veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De Raad bevestigt de vaststelling van arbeidsongeschiktheid van 25-35% en veroordeelt appellant in de proceskosten.