ECLI:NL:CRVB:2006:AV3824
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 2 augustus 2002
Appellante stelde dat zij per 2 augustus 2002 volledig arbeidsongeschikt was vanwege psychische klachten, terwijl het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) dit betwistte en stelde dat zij geschikt was voor geselecteerde functies gedurende 20 uur per week.
De rechtbank had geoordeeld dat appellante geen verdere beperkingen had dan bij de aanvang van haar verzekering in juli 2000 en dat haar belastbaarheid juist was vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en wijst het verzoek tot aanvullend onderzoek af.
Daarnaast heeft het UWV aannemelijk gemaakt dat de geselecteerde functies op de arbeidsmarkt beschikbaar waren op de datum in geding. De Raad ziet geen reden om het bestreden besluit te vernietigen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
De rapportage van de psychiater, overgelegd door appellante, toont geen toegenomen beperkingen ten opzichte van de situatie bij de verzekeringaanvraag. De Raad oordeelt dat appellante daarom niet recht heeft op een WAO-uitkering vanaf 2 augustus 2002.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen WAO-uitkering ontvangt omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt is per 2 augustus 2002.