ECLI:NL:CRVB:2006:AV3834
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WVG-voorzieningen voor gehandicapte met AWBZ-indicatie opname verpleeghuis
Gedaagde, gehandicapt door een herseninfarct en rolstoelgebonden, woont zelfstandig in een appartement binnen een woonzorgcentrum. Het Regionaal Indicatieorgaan West-Friesland (RIO) heeft vastgesteld dat zij in aanmerking komt voor opname in een verpleeghuis, maar zij wenst niet opgenomen te worden. Zij vroeg voorzieningen aan onder de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg), waaronder een douche/toiletstoel en rolstoel, maar het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stede Broec wees deze aanvraag af op grond van de AWBZ-indicatie.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van gedaagde gegrond en vernietigde het besluit van de gemeente. In hoger beroep spitst het geschil zich toe op de vraag of het gemeentebestuur zorgplicht heeft voor gehandicapten met een AWBZ-indicatie opname verpleeghuis die niet in een AWBZ-instelling verblijven en niet opgenomen willen worden.
De Raad oordeelt dat de zorgplicht van het gemeentebestuur op grond van de Wvg niet beperkt mag worden tot alleen gehandicapten die niet voor opname in een AWBZ-instelling in aanmerking komen. De afwijzing van voorzieningen aan gedaagde is onvoldoende gemotiveerd en strijdig met het bestuursrecht. De gemeente moet een nieuw besluit nemen waarbij zij de feitelijke situatie en de noodzaak van voorzieningen beoordeelt. Tevens veroordeelt de Raad de gemeente tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Raad oordeelt dat de gemeente zorgplicht heeft voor WVG-voorzieningen ook bij AWBZ-indicatie opname verpleeghuis zonder opname en vernietigt het eerdere besluit tot afwijzing.