ECLI:NL:CRVB:2006:AV3938
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over functiewaardering regionaal geneeskundig functionaris
Appellant, werkzaam als regionaal geneeskundig functionaris (RGF) bij de Gemeenschappelijke Regeling Openbare Gezondheidszorg (GROGZ), maakte bezwaar tegen de waardering van zijn functie in salarisniveau 14. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn functie zwaarder is dan gewaardeerd, onder meer vanwege zijn leiding over de dienst Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR) en de vergelijking met functies als directeur GGD.
De Centrale Raad van Beroep constateerde dat de rechtbank de zaak buiten zitting heeft afgedaan zonder toestemming van partijen, wat in strijd is met artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en beginselen van behoorlijke procesvoering. Daarom werd de uitspraak vernietigd, maar de zaak niet terugverwezen omdat appellant in hoger beroep zijn standpunt volledig heeft kunnen toelichten.
Inhoudelijk oordeelde de Raad terughoudend en bevestigde dat de waardering van de functie van appellant in hoofdgroep VI met een totaalscore van 17 punten niet onhoudbaar is. De Raad corrigeerde de rechtbank dat appellant niet bij de GGD werkt maar leiding geeft aan de GHOR, een aparte dienst. De verschillen in waardering ten opzichte van de directeur GGD zijn verklaarbaar door verschillen in leidinggevende omvang en taken.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel werd verworpen, omdat er geen rechtens te honoreren verwachtingen waren over een hoger salarisniveau en de salariëring elders geen rechten schept. De Raad veroordeelde de GROGZ tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank wegens procesrechtelijke tekortkomingen en verklaart het beroep inhoudelijk ongegrond.