ECLI:NL:CRVB:2006:AV3943
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toekenning in hoogte verstelbaar aanrechtblad op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten
Appellante verzocht bij de gemeente Leeuwarden om een woonvoorziening in de vorm van een in hoogte verstelbaar aanrechtblad op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg). De gemeente kende haar een financiële tegemoetkoming toe voor het verlagen van het aanrechtblad, maar wees het verzoek voor een in hoogte verstelbaar aanrechtblad af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond en oordeelde dat het verlaagde vaste aanrechtblad een verantwoorde voorziening is.
De rechtbank motiveerde dat de beoordeling van aanspraken op woonvoorzieningen uitgaat van de individuele omstandigheden van de aanvrager. Hoewel ook de omstandigheden van huisgenoten in beperkte mate kunnen worden betrokken, strekt de zorgplicht niet zo ver dat altijd de best denkbare voorziening voor zowel gehandicapte als huisgenoten moet worden getroffen. Van appellante en haar echtgenoot mag worden verwacht dat zij zich aan bepaalde beperkingen aanpassen, bijvoorbeeld door de verdeling van huishoudelijke taken aan te passen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze overwegingen en vond in het hoger beroep geen aanleiding tot een ander oordeel. Het beroep op het Protocol werd eveneens verworpen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en zag geen reden voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van een in hoogte verstelbaar aanrechtblad en wijst het hoger beroep af.