ECLI:NL:CRVB:2003:AO0526
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Betekenis en toepassing van het Wvg-Protocol bij toekenning vervoersvoorzieningen
In deze zaak stonden meerdere beroepen centraal tegen besluiten van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen, waarbij individuele vervoersvoorzieningen werden geweigerd en in plaats daarvan collectief vervoer werd toegekend. De rechtbank had eerder deze besluiten vernietigd omdat zij het Wvg-Protocol als normatief kader beschouwde voor 'verantwoorde voorzieningen'.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het Protocol geen algemeen verbindende voorschriften bevat en niet is gebaseerd op regelgevende bevoegdheid. Het Protocol is een convenant tussen de minister van SZW en belangengroeperingen, dat niet bindend is voor gemeenten. De Raad benadrukte het decentrale karakter van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) en dat gemeenten vrij zijn het Protocol geheel of gedeeltelijk te implementeren.
De Raad concludeerde dat de gemeente Emmen het Protocol niet in haar beleid had opgenomen en dat de bestreden besluiten daarom niet aan het Protocol getoetst kunnen worden. Verder oordeelde de Raad dat het collectief vervoer, al dan niet gecombineerd met voorzieningen voor korte afstanden, in de concrete gevallen als verantwoorde voorziening kan worden aangemerkt. De beroepen werden ongegrond verklaard en de eerdere vernietigingen van de rechtbank werden vernietigd.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de bestreden besluiten van de gemeente Emmen worden gehandhaafd.