ECLI:NL:CRVB:2006:AV3949
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkering ondanks beperkte Nederlandse taalvaardigheid
Appellant, werkzaam als inpakker van textiel, kreeg een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55%. Hij werd niet langer geschikt geacht voor zijn eigen werkzaamheden, maar wel voor functies als assemblage-medewerker, schoonmaakmedewerker en stikker. De rechtbank Haarlem verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn medische beperkingen onvoldoende waren erkend en dat hij niet voldeed aan de functie-eisen vanwege zijn onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal. De Centrale Raad van Beroep sloot zich aan bij de overwegingen van de rechtbank en vond geen aanleiding het medische oordeel te herzien, mede omdat appellant geen aanvullende medische gegevens had overgelegd.
Verder oordeelde de Raad dat de geringe kennis van de Nederlandse taal appellant niet belette de genoemde functies te vervullen. Gezien zijn langdurige verblijf in Nederland, werkervaring en gevolgde Nederlandse lessen, mag van appellant worden verwacht dat hij op basisniveau kan communiceren. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45-55% ondanks beperkte Nederlandse taalvaardigheid.