ECLI:NL:CRVB:2006:AV3950
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Onvoorwaardelijk ontslag ambtenaar na onbevoegd gebruik internet bij CIOT
Appellant was tijdelijk in dienst bij het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT) als systeembeheerder. In augustus 2001 werd vastgesteld dat op een werkcomputer het programma KaZaA was geïnstalleerd en gebruikt voor het downloaden van muziekbestanden, wat in strijd was met de regels. Ondanks waarschuwingen installeerde appellant KaZaA opnieuw en gebruikte het op 12 december 2001 om muziek te downloaden, waarna hij de internetverbinding open liet staan.
De Minister van Justitie legde appellant op 22 januari 2002 onvoorwaardelijk ontslag op wegens ernstig plichtsverzuim. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat er geen eenduidige regels waren en dat het ontslag disproportioneel was.
De Raad oordeelde dat appellant wel degelijk op de hoogte had kunnen en moeten zijn van de regels, gezien de werkoverleggen en het werkoverlegverslag waarin het gebruik van KaZaA en het installeren van software zonder toestemming verboden was. Het handelen van appellant werd als ernstig plichtsverzuim aangemerkt, mede vanwege zijn vertrouwensfunctie binnen een informatiegevoelige organisatie. Het ontslag werd als proportioneel en gerechtvaardigd bevestigd.
De Raad wees ook een verzoek tot vergoeding van proceskosten af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 2 maart 2006.
Uitkomst: Het onvoorwaardelijk ontslag van appellant wordt bevestigd wegens ernstig plichtsverzuim door onbevoegd internetgebruik.