ECLI:NL:CRVB:2006:AV4018
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- J.Th. Wolleswinkel
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Weigering vergoeding niet genoten vakantiedagen na vrijstelling met behoud van bezoldiging
Appellant, een ambtenaar, was vanaf 1 november 2001 vrijgesteld van dienst met behoud van bezoldiging, waarbij hij zijn verlof zelf moest regelen. Op 9 augustus 2002 werd een beëindigingsovereenkomst gesloten waarin eervol ontslag werd verleend zonder wachtgeld of andere uitkeringen.
Appellant verzocht om vergoeding van niet opgenomen ADV- en vakantiedagen, maar dit verzoek werd door gedaagde afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat op grond van artikel 6:2:3 van Pro het Ambtenarenreglement ’s-Gravenhage geen aanspraak bestaat op vergoeding van niet genoten vakantiedagen, omdat appellant zijn werkzaamheden niet heeft vervuld en vanaf 1 november 2001 geen vakantiedagen heeft opgebouwd. Ook de drie weken verlof uit voorgaande jaren werden geacht te zijn verleend, aangezien appellant met behoud van bezoldiging was vrijgesteld en zelf zijn verlof moest regelen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering om niet genoten vakantiedagen te vergoeden aan appellant.