ECLI:NL:CRVB:2006:AV4192
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens ontbreken gronden bij WW-uitkering
Appellanten hadden bezwaar gemaakt tegen herziening en terugvordering van WW-uitkeringen over de periode 1996-2003, omdat zij uren onjuist hadden opgegeven. De bezwaarschriften werden niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen gronden bevatten, slechts verzoeken om uitleg en ontbrekende stukken. De gemachtigde stelde dat hij de brief met herstelmogelijkheid niet had ontvangen, maar de Raad achtte dit ongeloofwaardig gezien de omstandigheden.
De Raad overwoog dat appellanten voldoende gegevens hadden om de gronden in te dienen en dat het verzuim niet was hersteld. De jurisprudentie over risico van niet-aangetekende verzending was niet van toepassing omdat de ontkenning van ontvangst niet geloofwaardig was. Het hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar werd ongegrond verklaard.
De uitspraak bevestigt de beslissing van de rechtbank Leeuwarden dat het bezwaar niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van gronden en het niet herstellen van dit formele verzuim binnen de gestelde termijn.
Uitkomst: Het bezwaar van appellanten wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en het niet herstellen van dit verzuim.