ECLI:NL:CRVB:2006:AV4221
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering AAW/WAO-uitkeringen wegens onjuiste opgave werkzaamheden en verdiensten
Appellant ontving uitkeringen op grond van de AAW en WAO, welke door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) werden geschorst en later ingetrokken wegens vermoedens van onjuiste opgave van werkzaamheden en verdiensten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond, waarbij werd overwogen dat appellant onvoldoende en onjuist had geïnformeerd over zijn werkzaamheden en feitelijke verdiensten.
De Raad bevestigt deze uitspraak en stelt vast dat appellant meer heeft verdiend dan opgegeven, waarbij het Uwv bevoegd was om de inkomsten schattenderwijs vast te stellen na zorgvuldig onderzoek. De loonwaarde werd vastgesteld op basis van CAO-normen voor eenvoudige uitvoerderswerkzaamheden, waarbij privégebruik van auto en telefoonkostenvergoeding buiten beschouwing werden gelaten.
De Raad oordeelt dat er een medische en arbeidskundige grondslag is voor intrekking van de uitkering vanaf 1 januari 1997, omdat appellant passend werk verrichtte zonder relevant inkomensverlies. De terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkeringen is terecht. Appellant heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de vastgestelde loonwaarde onjuist is.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad ziet geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en benadrukt dat de schatting van de inkomsten zorgvuldig en rechtmatig is uitgevoerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de AAW/WAO-uitkeringen bevestigd.