ECLI:NL:CRVB:2006:AV4222
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging WAZ-uitkering wegens onjuiste beoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig zelfstandig poelier, ontving een WAZ-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Deze werd bij besluit van 6 december 2001 herzien naar 45-55%, wat zij betwistte met bezwaar en hoger beroep. Medische rapporten en verklaringen, waaronder van haar huisarts en medisch adviseur, toonden aan dat haar gezondheidstoestand op de datum van het besluit al ernstiger was dan aangenomen.
De Raad concludeerde dat appellante reeds op 24 januari 2002 meer arbeidsongeschikt was dan door het UWV vastgesteld, mede vanwege chronische rugklachten en een non-bacteriële spondylodiscitis. Het bezwaaronderzoek was onvoldoende omdat een medisch onderzoek werd geweigerd, waardoor relevante feiten niet zijn vastgesteld.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, waarbij rekening wordt gehouden met de juiste gezondheidstoestand. Over de vraag van schadevergoeding wordt nog niet beslist omdat het nieuwe besluit eerst moet worden genomen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de WAZ-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.