ECLI:NL:CRVB:2006:AV4512
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering wachtgeld wegens onjuiste inkomensvaststelling directeur-grootaandeelhouder
Betrokkene, voormalig directeur aan een onderwijsinstelling, ontving vanaf 1991 wachtgeld na ontslag. Hij exploiteerde vervolgens recreatiebedrijven via meerdere besloten vennootschappen waarvan hij directeur-grootaandeelhouder was. Vanaf 1996 werd de anticumulatie van wachtgeld berekend op basis van gewerkte uren, wat leidde tot een onderzoek naar mogelijke fraude wegens vermeende te hoge uitkering.
De minister stelde een terugvordering vast van ruim €170.000 wegens vermeend te veel ontvangen uitkering. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze terugvordering en de beëindiging van zijn uitkering. De rechtbank oordeelde deels in zijn voordeel, maar de minister ging in hoger beroep tegen dit oordeel.
De Raad oordeelt dat de minister onjuiste uitgangspunten gebruikte bij de inkomensvaststelling, waarbij het rapport van een onafhankelijke accountant betrouwbaarder was dan het opsporingsrapport. De Raad vernietigt het terugvorderingsbesluit en bepaalt dat de minister een nieuwe beslissing moet nemen. De beëindiging van de uitkering per 1 juni 2002 wordt bevestigd omdat betrokkene niet langer onvrijwillig werkloos was. De Raad veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Besluit terugvordering wachtgeld vernietigd, uitkering beëindigd per 1 juni 2002 bevestigd.