ECLI:NL:CRVB:2006:AV4712
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake procesbelang bij bijstandsverlening in de vorm van geldlening
Appellante had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Oegstgeest betreffende een verhoging van notariskosten verbonden aan een krediethypotheek die was toegekend als bijstandsverlening in de vorm van een geldlening. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellante geen procesbelang meer had, aangezien de lening inmiddels was omgezet in een uitkering om niet.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij alsnog een inhoudelijk oordeel wenste over de rechtmatigheid van de verhoging en dat zij als lid van een collectiviteit belang had bij een principiële uitspraak. De Raad oordeelde dat appellante materieel niets meer kon bereiken met haar beroep omdat de omzetting van de lening naar een uitkering om niet al had plaatsgevonden, waardoor het procesbelang ontbrak.
De Raad verwierp ook het argument dat de verhoging van notariskosten een nadelige impact had op de gemeentelijke middelen voor bijzondere bijstand, omdat het bedrag relatief klein was en dergelijke kosten als algemene bijstand worden aangemerkt. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De uitspraak benadrukt dat de enkele wens om een principiële uitspraak te verkrijgen geen rechtens te honoreren procesbelang vormt binnen het bestuursrechtelijke kader van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen omdat appellante geen procesbelang meer heeft bij de beoordeling van het besluit.