ECLI:NL:CRVB:2006:AV5096
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid functies en vaststelling mate arbeidsongeschiktheid in AAW/WAO-uitkering
Appellante, voormalig administratief medewerkster, ontving sinds 1996 uitkeringen op grond van de AAW en WAO wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling in 1997 stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid bij tot 35 tot 45%, wat appellante betwistte. De rechtbank Dordrecht vernietigde in 2002 het besluit van 18 oktober 1997 wegens een motiveringsgebrek, waarna het UWV een nieuw besluit op bezwaar nam met dezelfde inhoud.
Appellante stelde dat dit nieuwe besluit niet rechtsgeldig was en dat zij recht had op uitkering conform de oorspronkelijke mate van arbeidsongeschiktheid. De Raad oordeelde dat het UWV het motiveringsgebrek mocht herstellen en dat het besluit terecht was genomen. De geschiktheid van de geselecteerde functies (logistiek medewerker, telefonist/receptionist en secretaresse) werd door medische en arbeidskundige rapportages voldoende onderbouwd.
De Raad verwierp het hoger beroep van appellante en bevestigde het bestreden besluit. De medische aspecten stonden vast en het UWV had voldoende gemotiveerd waarom de functies passend waren. Het beroep werd ongegrond verklaard, en de eerdere uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Raad bevestigt het besluit dat appellante per 2 november 1997 arbeidsongeschikt is voor 35 tot 45%.