ECLI:NL:CRVB:2006:AV5219

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 maart 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
05-1818 WAZ
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 21 BeroepswetArt. 22, vijfde lid, BeroepswetArtikel 6 EVRM
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV

Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) in een bestuursrechtelijke zaak. Tijdens de procedure heeft verzoeker het hoger beroep ingetrokken nadat het UWV aan verzoeker was tegemoetgekomen. Hierdoor resteerden alleen nog de proceskostenveroordeling en de terugbetaling van het betaalde griffierecht.

De Centrale Raad van Beroep overweegt dat verweerder geen verweerschrift heeft ingediend en dat beide partijen schriftelijk toestemming hebben gegeven voor afdoening buiten zitting. Op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, begroot op € 322,-.

Daarnaast wijst de Raad erop dat verzoeker zich met een verzoek tot terugbetaling van het griffierecht rechtstreeks tot verweerder kan wenden. De overige vorderingen, zoals vergoeding van wettelijke rente en immateriële schade, zijn komen te vervallen omdat deze reeds door het UWV zijn voldaan.

De uitspraak is definitief en er staat geen rechtsmiddel tegen open. De proceskosten worden betaald aan de griffier van de Raad.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 322,- proceskosten aan verzoeker na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
05/1818 WAZ
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht inzake de kosten van het geding tussen:
[verzoeker] wonende te [woonplaats], appellant, thans verzoeker,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.
I. INLEIDING
Bij schrijven van 17 mei 2005, met bijlagen, heeft mr. M.I. Steinmetz, advocaat te Amsterdam, als gemachtigde van verzoeker het door haar ingestelde hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht verweerder in de proceskosten te veroordelen.
Aanvankelijk heeft de gemachtigde tevens verzocht om veroordeling van verweerder tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Op 30 december 2005 heeft de gemachtigde van verzoeker de Raad evenwel medegedeeld dat verzoeker inmiddels de wettelijke rente over de nabetaling heeft ontvangen, alsmede een bedrag ad
€ 1.500,- bij wijze van immateriële schadevergoeding, zodat nog slechts de gevorderde proceskostenveroordeling en de terugbetaling van het griffierecht ad
€ 102,- resteren.
Verweerder heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen terzake van de gevorderde proceskostenveroordeling.
Elk der partijen heeft, desgevraagd, schriftelijk toestemming verleend voor afdoening buiten zitting.
II. MOTIVERING
Nu het hoger beroep is ingetrokken omdat verweerder aan verzoeker is tegemoet gekomen, is er aanleiding om verweerder met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de kosten van verzoeker, welke met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
Met betrekking tot het verzoek om terugbetaling van het in hoger beroep betaalde griffierecht merkt de Raad op dat uit het bepaalde in artikel 22, vijfde lid, van de Beroepswet volgt dat verzoeker zich met een daartoe strekkend verzoek tot verweerder kan wenden.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag groot € 322,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad.
Aldus gegeven door mr. M.M. van der Kade in tegenwoordigheid van
J.J.B. van der Putten als griffier en uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2006.
(get.) M.M. van der Kade.
(get.) J.J.B. van der Putten.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.