ECLI:NL:CRVB:2006:AV5274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering zelfstandige na medische en arbeidskundige herbeoordeling
Appellant betwistte de herziening van zijn WAZ-uitkering waarbij zijn arbeidsongeschiktheidspercentage werd vastgesteld op 45 tot 55%. Na diverse medische en arbeidskundige rapportages, waaronder een expertiserapport van prof. dr. Zwarts en tegenrapportages van bezwaarverzekeringsartsen, werd de mate van arbeidsongeschiktheid uiteindelijk verhoogd naar 55 tot 65% per 1 april 2001.
De Raad oordeelde dat er onvoldoende objectieve medische onderbouwing was voor een door appellant gevraagde urenbeperking en dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld door gedaagde. De Raad volgde de medische beoordelingen van de bezwaarverzekeringsartsen boven het oordeel van de door de rechtbank ingeschakelde neuroloog.
Ook de arbeidskundige beoordeling werd als voldoende onderbouwd beschouwd, waarbij appellant in staat werd geacht de geselecteerde functies te vervullen. Gezien het genomen besluit van 13 september 2005 had appellant geen belang meer bij vernietiging van eerdere uitspraken.
Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 13 september 2005 ongegrond. Gedaagde werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 13 september 2005 ongegrond, met toekenning van proceskosten aan appellant.