ECLI:NL:CRVB:2006:AV5296
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van WAZ-uitkering, toeslag en proceskosten in hoger beroep
Appellant, werkzaam als zelfstandige, diende op 4 oktober 1999 een aanvraag in voor een WAZ-uitkering. Diverse besluiten van het UWV betroffen de toekenning, grondslag, ingangsdatum en toeslag van deze uitkering, alsmede het zogenaamde kopje. De rechtbank Alkmaar behandelde deze besluiten in drie uitspraken, waarvan appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad bevestigt de rechtbankuitspraak dat de voorlopige vaststelling van de grondslag van de uitkering en de uiteindelijke vaststelling niet onjuist zijn. Het beroep tegen de afwijzing van een verderstrekkende terugwerkende kracht wordt verworpen, omdat appellant niet voldeed aan het vereiste van een bijzonder geval. Ook het bezwaar tegen de toeslag en het kopje wordt grotendeels afgewezen, waarbij de Raad het standpunt van appellant over de intrekking van het kopje niet volgt.
De Raad vernietigt echter uitspraak 2 voor zover deze betrekking heeft op de beoordeling van de jaarstukken over 2002, omdat de rechtbank dit onderdeel niet correct heeft beoordeeld. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van beperkte reiskosten in hoger beroep en wijst het verzoek tot vergoeding van rechtsbijstand en verletkosten af. Het hoger beroep tegen het bezwaar tegen het besluit over de toeslag wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt grotendeels de eerdere uitspraken, vernietigt een deel over de jaarstukken 2002 en veroordeelt het UWV tot beperkte proceskostenvergoeding.