ECLI:NL:CRVB:2007:BA0887
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bezwaar en proceskostenvergoeding bij WAZ-uitkering
Appellant, een zelfstandige, maakte bezwaar tegen besluiten van het UWV omtrent de vaststelling van zijn WAZ-uitkering en de toekenning van proceskostenvergoeding. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de vaststelling van de grondslag van de uitkering niet-ontvankelijk en wees het beroep af. Tevens werd het bezwaar tegen het intrekken van een aanvullende uitkering ('kopje') gegrond verklaard, maar de proceskostenvergoeding werd geweigerd omdat de rechtsbijstand werd verleend door de echtgenote van appellant.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat er geen besluit aan de orde was over de grondslag van de WAZ-uitkering waartegen appellant bezwaar kon maken, waardoor het bezwaar niet-ontvankelijk was. Daarnaast oordeelde de Raad dat het hoger beroep niet strekte tot het besluit van 7 augustus 2006 en vond geen aanleiding om het UWV te veroordelen in proceskosten.
De Raad benadrukte dat de relatie tussen appellant en zijn gemachtigde (zijn echtgenote) geen beroepsmatige rechtsbijstand inhield, waardoor vergoeding van proceskosten niet toekwam. De aangevallen uitspraken werden bevestigd, waarmee het hoger beroep in zijn geheel werd verworpen.
Uitkomst: Hoger beroep van appellant wordt afgewezen en proceskostenvergoeding wordt niet toegekend.