ECLI:NL:CRVB:2006:AV5467
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en diploma-eis bij vaststelling arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft een herziening van de WAO-uitkering van gedaagde, waarbij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) de mate van arbeidsongeschiktheid had verlaagd van 80% naar 55-65%. De rechtbank had het besluit vernietigd omdat appellant functies had gebruikt waarvoor gedaagde niet beschikte over de vereiste diploma's, zoals portier en bankbediende.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat gedaagde voldoende praktijkervaring had om aan de diploma-eisen te voldoen en dat de overige functies voldoende waren om de mate van arbeidsongeschiktheid vast te stellen op 65-80%. De Raad oordeelde dat de diploma-eis strikt is en niet kan worden vervangen door ervaring zonder een gelijkwaardige opleiding. Gedaagde beschikte niet over de vereiste diploma's en had ook geen gelijkwaardige opleiding gevolgd.
De Raad bevestigde dat de functies waarvoor een diploma-eis geldt niet aan gedaagde mogen worden toegerekend. Wel waren er voldoende andere functies die gedaagde kon verrichten, wat leidde tot een verlies aan verdienvermogen van 60,86%. Daarom werd het beroep van appellant ongegrond verklaard, het besluit van 19 april 2002 gehandhaafd en de proceskosten aan appellant opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot vaststelling van een arbeidsongeschiktheid van 55-65% blijft in stand.