ECLI:NL:CRVB:2006:AV5544
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid en maatmaninkomen
Appellant, voormalig betonreparateur, ontving vanaf 1992 een WAO-uitkering die in de loop der jaren werd herzien op basis van zijn arbeidsongeschiktheid en inkomsten uit werk als beveiligingsbeambte. Vanaf 27 december 1999 werd de WAO-uitkering ingetrokken omdat appellant duurzaam geschikt werd geacht voor zijn functie als beveiligingsmedewerker en zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg.
Appellant betwistte de vaststelling van zijn maatmaninkomen, met name de opname van reiskostenvergoeding en onregelmatigheidstoeslag, en voerde aan dat de terugvordering van de onverschuldigd betaalde uitkering onterecht was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid en de terugvordering terecht waren.
In hoger beroep bevestigt de Raad dat appellant vanaf eind 1999 duurzaam geschikt was voor zijn werk, dat de toeslagen terecht zijn meegenomen bij de berekening van het inkomen en dat de terugvordering van de bruto onverschuldigd betaalde uitkering gerechtvaardigd is. De Raad wijst ook het beroep op eerdere jurisprudentie af en concludeert dat appellant redelijkerwijs kon voorzien dat de uitkering zou worden teruggevorderd.
De uitspraak bevestigt daarmee de eerdere beslissingen en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 27 december 1999 en de terugvordering van het onverschuldigde bedrag worden bevestigd.