ECLI:NL:CRVB:2006:AV5871
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling WW-dagloon op basis van schriftelijke arbeidsovereenkomst ondanks provisiegeschil
Appellant, werkzaam als adviseur bij een assurantiekantoor, kreeg een WW-uitkering toegekend op basis van een dagloon van €71,06, berekend door gedaagde op grond van het basissalaris en provisie zoals vermeld in de schriftelijke arbeidsovereenkomst. Appellant betwistte dit en stelde dat een hoger, mondeling overeengekomen salaris van f 5.000,- per maand had moeten worden meegewogen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat er geen verifieerbare betalingen of schriftelijke afspraken waren die het hogere salaris ondersteunden. De door appellant overgelegde verklaring van een commercieel directeur kon dit niet veranderen.
De Raad vond dat gedaagde terecht was uitgegaan van de verdiensten over de 26 weken voorafgaand aan het arbeidsurenverlies en dat provisie alleen kon worden meegenomen voor de maanden waarin deze daadwerkelijk was ontvangen. Er was geen wettelijke grond om provisie uit een eerdere periode mee te nemen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het dagloon wordt bevestigd op basis van het schriftelijke basissalaris en de daadwerkelijk ontvangen provisie.