ECLI:NL:CRVB:2006:AV7655
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde werkzaamheden en inkomsten
Appellanten ontvingen sinds 1997 een bijstandsuitkering naast een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Uit een fraudeonderzoek van de gemeente Utrecht bleek dat appellant werkzaamheden als handelaar verrichtte en inkomsten genoot zonder dit te melden, in strijd met artikel 65 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw).
De rechtbank had het beroep van appellanten tegen de intrekking en terugvordering van de bijstand over de periode van 1 september 2002 tot en met 28 februari 2003 ongegrond verklaard. Appellanten voerden onder meer aan dat zij in die periode in Suriname verbleven, maar dit kon niet onomstotelijk worden bewezen.
De Raad hechtte doorslaggevende waarde aan verklaringen van appellant waarin hij zijn werkzaamheden op jaarmarkten en braderieën erkende, maar niet volledig openheid gaf over de periode. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en was intrekking en terugvordering op grond van de Abw terecht.
Er waren geen dringende redenen die intrekking of terugvordering konden verhinderen. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens niet gemelde werkzaamheden en inkomsten.