ECLI:NL:CRVB:2006:AV7696
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens onduidelijkheid woonadres en niet-nakoming inlichtingenplicht
Appellant vroeg op 2 januari 2001 bijstand aan, maar het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Zeist wees deze aanvraag op 19 december 2002 af vanwege onvoldoende informatie over het woonadres en de financiële situatie van appellant. Na bezwaar en beroep verklaarden de rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep het beroep ongegrond.
De Raad oordeelde dat de vraag naar het woonadres aan de hand van de feitelijke situatie moet worden beantwoord en dat appellant niet voldeed aan zijn verplichting om juiste en volledige informatie te verstrekken. Appellant gaf onduidelijke woonadressen op en leverde onvoldoende bewijs, zoals een kwitantie zonder adresgegevens. Huisbezoeken bevestigden niet dat appellant daadwerkelijk op de opgegeven adressen verbleef.
De Raad verwierp het verweer van appellant dat vanwege het tijdsverloop verificatie onmogelijk was geworden. Ook de aanvullende stukken in hoger beroep boden onvoldoende grond voor een ander oordeel. De Raad concludeerde dat appellant tekort is geschoten in zijn inlichtingenplicht, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld en de aanvraag terecht is afgewezen. De terugvordering van voorschotten en overbruggingsuitkering is eveneens gerechtvaardigd. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende informatie over het woonadres en niet-nakoming van de inlichtingenplicht.