ECLI:NL:CRVB:2006:AV7747
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en herziening recht op bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen bijstand vanaf 1996. Naar aanleiding van een onderzoek van de gemeente Rotterdam werd vastgesteld dat appellant werkzaamheden verrichtte in een kantine en inkomsten ontving zonder dit te melden, wat een schending van de inlichtingenverplichting opleverde.
Het College van B&W had het recht op bijstand ingetrokken en herzien over de periode van juni 1998 tot september 2002 en de kosten van bijstand teruggevorderd. De rechtbank had het beroep deels ongegrond verklaard en het besluit grotendeels in stand gelaten.
De Raad oordeelde dat het besluit van 23 februari 2004 niet deugdelijke motivering bevatte voor de gehele periode, waardoor dat deel vernietigd werd. Wel was voldoende aannemelijk dat appellanten inkomsten hadden en de inlichtingenverplichting hadden geschonden, waardoor terugvordering gerechtvaardigd bleef.
De Raad veroordeelde het College in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan appellanten werd vergoed. De rechtsgevolgen van het vernietigde deel van het besluit blijven in stand.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en herziening van het recht op bijstand over de periode juni 1998 tot en met 16 juni 2002 wordt vernietigd, met in stand blijvende rechtsgevolgen en terugvordering wegens schending van de inlichtingenverplichting.